logotype

Actief en levendig

Verbroedering met Ommersheim

Op 1 juli 1973 plaatsten de toenmalige burgemeesters Antoon Steverlynck van Vichte en Arthur Lang van het Duitse dorp Ommersheim hun handtekening onder de oorkonde die de verbroedering van beide gemeenten bekrachtigde. Vichte werd zo één van de eerste gemeenten die een ‘partnerschaft’ met een Duitse gemeente aanging, wat in 1986 mede leidde tot toekenning van de Erevlag van de Raad van Europa en de erkenning als Europese Gemeente.

 

 

De oorsprong van de verbroedering lag in de contacten tussen de muziekmaatschappijen van Ommersheim en onze Sint-Cecilia, waarbij onze buitenlandse vrienden een tijdje in de Vichtse gezinnen verbleven en omgekeerd. Later hebben meer uitwisselingen plaatsgehad en zijn onder meer gepensioneerden, brandweerlui, voetballers, jeugd en onderwijzend personeel de grens overgestoken.

Ommersheim ligt in het Saargebied, een 15-tal km voorbij Saarbrucken en maakt sedert 1974 deel uit van de fusiegemeente Mandelbachtal (samen met Bliesmengen-Bolchen, Erfweiler-Ehlingen, Habkirchen, Heckendalheim, Ormesheim en Wittersheim)


Meer op www.ommersheim.de (o ja, 't is wel in het duits)

 

Verbroedering met Oulens-sous-Échallens

Een dorp in Zwitserland dat hetzelfde gemeentewapen voert als Vichte. Bij ons geen weet dat er nog contacten zouden zijn.

In 1964, tijdens de tentoonstelling te Lausanne, zag dr. A. Decock een vlag wapperen met hetzelfde wapen als dat van Vichte. Uit zijn zoektocht ontstond de eerste uitwisseling met Oulens-sous-Echallens te Vichte in 1965. Ze brachten een bezoek aan Zoutenaaie en de Belgische kust. Sedertdien was Georges Detremmerie onze meest gekende inwoner in Oulens. Zijn talent als entertainer zal daar wel niet vreemd aan zijn. In 1966 bracht de bijna voltallige gemeenteraad een wederbezoek, dat even hartelijk verliep met bezoeken aan Aigle en Lausanne, dat er slechts 12 km van verwijderd is.

Sedertdien beperkten de contacten zich tot private uitwisselingen. Toen onze gemeente in 1986 de eer te beurt viel de erevlag van de Raad van Europa te mogen in ontvangst nemen, voelden we ons verplicht het gemeentebestuur van Oulens uit te nodigen, Een delegatie bestaande uit de Voorzitter van de Raad en 2 gemeenteraadsleden woonden de feestelijkheden bij. Het weerzien was zeer hartelijk en resulteerde in een uitnodiging naar Oulens op de 3-jaarlijkse feesten “L'Abbaye des Nations”. Dit zijn feestelijkheden waarbij het hele dorp is betrokken, aan het einde van de schutterswedstrijden (de lokale sport).

Onze afvaardiging bestond uit ere-gemeentesecretaris Gustaaf Vanhoutte en zijn echtgenote, die de delegatie in 1986 logies verschafte, André Terrijn en Chantal Demeulemeester (Kaster) van de Cultuurdienst in de gemeente. Zaterdag werden we omstreeks 17 u verwelkomd door Paul-Amy Bezengon, Voorzitter van de Algemene Raad. Alle straten en huizen waren bevlagd en versierd. Na de kennismaking met de gastheren woonden we op de schietstand de kroning bij van de Koningen door de Koninginnen. Deze laatsten werden per huifkar naar de feestzaal gevoerd waar het feest begon met een banket en volksbal tot in de morgenuurtjes. Zondag was er om 10 u. een protestantse dienst, opgeluisterd door de fanfare. Daarna opnieuw kroning der koningen voor het gemeentehuis. Stoetsgewijze ging het dan naar de feestzaal. Tijdens het banket werden de prijzen uitgereikt en er volgde een academische zitting met uitwisseling van geschenken. Het geheel werd opgeluisterd door koor en fanfare. Om 15 u. startte de folkloristische feeststoet door het dorp. Iedereen was op de been. Na de ontbinding van de stoet vloeide de wijn rijkelijk. 's Avonds was er opnieuw banket en volksbal. Maandag voormiddag bezochten we het gemeentehuis en school en namen omstreeks 11.30 u. afscheid met de stellige belofte elkaar spoedig terug te zien en met de groeten van gans Oulens.

Aantal inwoners: 487
Hoogte : 600 m
Opp. : 585 ha waarvan 127 ha bos.

Oulens is zeer oud, en wordt reeds onder de naam Olleyus vermeld op het einde van de 6de eeuw, door een schenking van koning Gontran van Bourgogne en Orléans aan de Abdij van St-Seine.

Naar het einde van de 8ste eeuw toe was het grondgebied van Oulens eigendom geworden van de Heren van Montfaucon-Montbéliard, landsheren van Echallens. De kerk van Oulens wordt voor het eerst vermeld in 1141. De abdij van het ,Lac du Joux" bezat ook hier een boerderij (eigenlijk een rurale kloostergemeente onder een prior) die het gebruiksrecht had op het bos van Orjulaz en in het domein van het kasteel van Echallens. Dat recht werd gratis geschonken door Richard van Montfaucon in 1200. In 1553 opteert Oulens voor de hervorming met 24 stemmen tegen 18. Uit deze periode van overheersing vanuit Bern, is het “Tiendenhuis”' bewaard gebleven, waar de belastingsplichtigen hun bijdragen die zij aan de heren van ter plaatse verschuldigd waren, samen brachten. De kerk, gebouwd in de 14de eeuw, werd volledig vernieuwd in 1964. Het prachtige traliewerk in smeedijzer die het schip scheidt van het koor is zeer goed bewaard. Het geheel is als historisch monument geklasseerd, evenals 2 grafheuvels in het bos, van ten tijde van de Bourgondiërs. De klokken dateren uit 1698 en 1941.

Een oude klok uit een kapel die nu is verdwenen, gelegen op de plaats die “Top van de Berg” genoemd werd, en met als benaming “oproeper van het morgenkrieken”, heeft de trouwe gelovigen naar de diverse kerkdiensten geroepen, en de kinderen naar school vanaf het ogenblik dat zij naar de huidige kerk werd overgebracht, tot zij buiten dienst werd gesteld in 1941. Zij rust nu in stilte binnenin de kerk. Vrij belangrijke evoluties in het bevolkingsaantal hebben het leven in het dorp getekend : men telde 20 haardvuren in 1453, 330 inwoners in 1863, 414 in 1861, 396 in 1900, 266 in 1977, 300 in 1984 en 350 in 1985. Met de aanleg van de autoweg op het grondgebied zet deze stijgende tendens in het bevolkingscijfer zich door.

De oudste families (uit de begoede klasse) in Oulens zijn de families Clavel, Vulliamy, Bezengon, Chappuis, Brandt, Dupraz, Burnens. Van deze 2 laatsten wonen geen nakomelingen meer in het dorp.

Als landbouwdorp in een vruchtbaar gebied telt Oulens 16 landbouwbedrijven, waarvan 7 zonder vee, terwijl er nog 34 melksoorten waren in 1934. De voornaamste teelten zijn: graangewassen, suikerbiet, aardappelen (planten, pootgoed), koolzaad, maïs en veevoeder. Open gronden vertegenwoordigen 85 % van de bewerkte grond.

Heel wat inwoners werken buiten het dorp. Diverse vaklui zijn in het dorp gevestigd, Inzake houtbewerking heeft men timmerlui, een schrijnwerkerij met een afdeling voor vernieuwing van oude meubels en daarnaast ook een antiekzaak, een carrosserie, een constructiewerkplaats, een slagerswinkel, een melkerij, een kruidenierszaak, 2 café-restaurants, een manége en een pottenbakkersatelier.

Inzake industrie is er een montagefabriek van prefabelementen, een yoghourtbedrijf en een laboratorium waar analyses worden verricht.

Het dorp maakt deel uit van de parochie van Daillens-Bettens en het protestantse gedeelte van St.-Barthélemy.

De school dateert uit 1962 en 2 klassen van de “cercle primaire supérieure Oulens-Echallens” zijn er gevestigd, evenals 2 klassen uit de “cercle primaire” van de groep Bettens - Eclagnens - Goumoens-la-Ville - Goumoens-le-Jux en Penthéréaz. De gemeentelijke bibliotheek staat ter beschikking van de leerlingen en de bevolking.

De plaatselijke verenigingen zijn zeer actief : het gemengd koor is sinds meer dan 50 jaar bekend om zijn toneelavonden in januari, er is de Sportclub, de schuttersvereniging, de jeugdbeweging, L'Abbaye des Nations (groepering van schuttersverenigingen uit de buurdorpen), de verenigingen der melkerijen, het Syndicaat van de veefokkerij, de CAUMA voor de beroepsverenigingen.

In de gemeente werden de laatste jaren een groot aantal belangrijke openbare werken gerealiseerd : de bouw van een intercommunaal zuiveringsstation met de gemeenten Eclagnens en Goumoens-la-Ville, wijziging der percelen (ruilverkaveling), aanleg van wegen in de bossen, aanleg van voetpaden, verbetering van het waterleidingsnet en onderhoud van de verschillende gemeentegebouwen. Voor de nabije toekomst heeft men niet direct andere plannen, behalve de bouw van een schuilplaats voor de burgers en de vernieuwing van de gemeentewegen.

De drinkwatervoorziening wordt gegarandeerd door de gemeente Bettens waar men beschikt over een uitstekende bron. De gemeente is in volle uitbreiding met de renovatie van oude huisjes en de bouw van villa's in speciaal daartoe bestemde zones.

Hoewel afgestemd op een matige en gecontroleerde uitbreiding is het plan voor ruimtelijke ordening (dat bovendien zeer goed bestudeerd is) toch voldoende restrictief om het landbouw- en landelijk karakter van hun patrimonium te behouden.

 

 

2017  Vichte  globbers joomla templates